De druk in mijn hoofd ligt altijd op de loer,
soms neemt het slechts gedeeltelijk bezit van mijn hoofd, een aantal dagen.
Als dat gebeurt verdwijnt de hoofdpijn en trekt de wijde wereld in.

Soms is het een zucht van iets onzichtbaars, dat een plek in mijn hoofd in bezit neemt
en zich langzaam uitbreidt, energie opslokt en groter wordt.
Onomkeerbaar, zoals het een zucht betaamd.

Totdat het zo groot is dat het tegen mijn hersenschors pulseert en geen gedachte meer toelaat
langzaam van binnen uit de gedeeltes die het heeft overgenomen onder zijn bewind brengt.

Het is een dictatuur, weet je.

Ik wil een gat in mijn hoofd maken, zodat het diep sissend kan onsnappen,
de wereld kan overnemen,
totdat het tegen de randen van het heelal opbotst.
Met mijn hoofd tegen een muur stoten zodat het kan weglekken.
Een gat in mijn brein branden.

Maar het kan niet leven zonder mij.