Deel 1: Delfzijl
Delfzijl is een stad, die niet weet dat het een dorp is.
Het is de Rotterdam van het Noorden, die denkt dat het New York is, een
draaimolen dat zichzelf pretpark noemt. Megalomanische modegrillen op een plek
die dat niet aankan. In Nederland zijn er maar een paar plaatsen waar het spoor
echt stopt. Den Helder, Vlissingen. Delfzijl is er ook zo een. Het is het eindpunt.
Vergeet bij het uitstappen niet je bagage. Links van het station loop je in
de richting van de haven en het strand. Een hotel in zee, op palen, staart je
van boven de dijk uit aan. De wind blaast in je gezicht. In Delfzijl blaast
de wind _altijd_ in je gezicht.
Het strand is klein, modderig, zoals alle
waddenstranden zijn. Je kunt beter op de dijk zitten, of iets verder,
op de pier, en over de Eems uitkijken, zien of je Duitsland ziet. Of
naar de andere kant kijken, naar de bedrijvigheid in de haven.
Vroeger speelde ik er wel. Met mijn opa heb ik een vlieger gebouwd,
en die er opgelaten. Het was van rood papier, met stokken en er moest
een hele lange staart aan, met frutseltjes erin. Heel lang in de wind
bewegen zou die staart, kronkelen als een ratelslang in de lucht,
terwijl ik met touwtjes op de grond het ding in bedwang hield, temde,
mijn wil op zou leggen. Een week hadden we er aan gewerkt, mijn opa
en ik.
Mijn ouders woonden vlak bij hun ouders
toen. Eerst er naast, in een huis dat van mijn opa was, en later
verhuisden we naar het midden van het centrum, waar mijn vader een
bloemenboektiek runde, waar we boven woonden. Het centrum was
ongeveer 3 minuten fietsen van mijn grootouders vandaan, en dat lag
op weg van school naar huis. Verstopt, in een hoek, met een
achterplaatsje waar we barbequeden, waar de auto stond waarmee we
naar Drenthe reden, om een zaterdag in de bossen te zijn. Ik ben heel
vaak met mijn opa en oma naar Drenthe geweest, naar de bossen van
Rolde, of Gasselte, om te spelen in de zandkuilen daar. Later werd
dat minder, toen mijn oma stierf, en mijn opa ging samenwonen met een
'andere oma' ( :) ), verder weg, aan de buitenkant van
Delfzijl.
Mijn oma stierf toen ik 10 was. Ze was
overweight, en daar altijd mee bezig, maar verder nooit ziek. Ik
herinner me haar als lief en dik, met blauwe jurken met bloemen erop.
Opeens kreeg ze last van haar benen, kon niet meer lopen, en werd
opgenomen in het ziekenhuis. In mijn herinnering stierf ze kort
daarna, maar ergens zegt mijn herinnering ook dat ze nog wel langer
geleefd heeft nadat ze ziek was. Ik weet het niet meer precies. Men
kon niet ontdekken wat er met haar aan de hand was. Ze stierf aan een
hersenbloeding.
Het huis lag aan de buitenkant van de
gracht, net buiten het centrum. De gracht beschermde de landkant van
Delfzijl, en loopt vanuit het Damsterdiep rond Delfzijl-centrum. Als
hele kleine jongen schaatste ik daarop. Het was vrij snel bevroren,
sneller dan het Diep, maar wel klein om op te schaatsen. Een rondje
duurde twee minuten, als je goed was. Ik was niet goed. We hielden er
van school uit kortebaan wedstrijden waarin ik altijd in de eerste of
tweede ronde werd uitgeschakeld, na mate ik geluk had met de loting,
en in de eerste ronde tegen iemand uitkwam die nog slechter was dan
ik. Er liep een brug over, van berkenhout, die bij een beetje hoog
water overstroomde. Daar is een boogbrug van gemaakt, die niet meer
kan overstromen. Later, toen ik tiener was, ben ik op het Diep gaan
schaatsen. Je kon helemaal naar Groningen via het Damsterdiep. Achter
de gracht lag een stukje grond met 1 groot landhuis erop, dat de
bibliotheek van Delfzijl was. Later werd er een school in
gevestigd.
Mijn ouders eerste huis, naast dat van
mijn moeders ouders dus, had twee verdiepingen, met een parketvloer.
In de tuin stond een grote volière, met vinken (natuurlijk) en
parkieten of zo. Het tweede huis, boven de bloemenboetiek, was iets
groter. Via een trap met een draai erin kwam je in de winkel, of in
het huis. Het had een groot dakterras, waarop het konijn zat, en waar
ik tegen een muur tenniste. Het lag echt midden in het centrum, in de
Landstraat, die van Noord naar Zuid door het centrum loopt. Het zal
niet verbazen dat de straat die er parallel aan loopt de Waterstraat
heet. :) Er waren ook twee straten die van Oost naar West liepen, van
de gracht naar de dijk met het strand en de haven. En dat was het
wel, zo ongeveer. Toen mochten er nog auto's doorheen rijden, later
is er een autovrij centrum van gemaakt, zoals dat hoort in megalomane
steden. We woonden tegenover de bakker, waar ik altijd aan het begin
van de dag, voor ik naar school ging, brood mocht halen en net
gebakken kapjes kreeg. Daarnaast zit nu de boekwinkel waar ik mijn
eerste Gaykrant kocht. We woonden op de hoek van een Oost/west- en
een Noord/zuid- straat, naast dacht ik een drogisterij (drop!!). Ik
had niet veel vriendjes, die had ik nooit eigenlijk, maar we speelden
in een verlaten schuur die eigendom was van het chinese restaurant,
dat we wild waren, en kampeerden en zo.
Op een dag werd het centrum van Delfzijl
voor een gedeelte afgesloten. Er zou een cultureel centrum komen
naast de bioscoop, met een overdekte weg waar winkels zouden komen.
De bouw duurde twee jaar. De bioscoop heeft er heel lang gestaan, ook
nog toen veel kleine bioscopen al ter ziele waren. De eerste film
waarvan ik me het herinner dat ik er heen ging was een middagmatinee
van oude zwart-wit films van Laurel and Hardy (nagesynchroniseerd) en
Charlie Chaplin. Ik was verkocht. Later zag ik er klassiekers als ET
en StarWars en lange disney-tekenfilms. Toen ik ouder werd ging ik
veelvuldiger naar Groningen, omdat films daar veel eerder uitkwamen,
en de zalen groter waren. En nog later omdat het filmhuis daar
zat.
We maakten de vlieger van bamboehout, ik
weet niet meer waarom. Daarna spanden we het papier erin en
spijkerden het vast. Rood, want dat stak mooi af tegen de wolken en
de lucht. De staart was een tweetal draden met allemaal kleurige
frutsels erin, van het papier dat we over hadden. Daarna gingen we
naar het strand om hem op te laten.
Uiteraard was de wind te hard, en scheurde de vlieger aan stukken.
Het Damsterdiep loopt wel dwars door
Delfzijl, maar verdeelt de stad niet echt. Het hele centrum ligt aan
een kant ervan, aan de andere kant ligt Farmsum, een dorp dat vroeger
zelfstandig was, maar in de loop der tijd aan Delfzijl is
vastgegroeid. De wijk waar ik later woonde, lag aan de Farmsum-kant
van het diep, maar ten zuiden daarvan, en hoorde officieel bij
Delfzijl. Om in het centrum te komen fietste ik een kwartiertje langs
het water, en reed dan de rotonde voor het centrum van Delfzijl en de
doorgaande weg door Farmsum en naar het station op.
De bibliotheek was inmiddels verhuisd
naar een nieuwbouwcomplex en het gemeentehuis werd verbouwd. Er zou
een hele nieuwe vleugel aan vast komen. Het centrum was autoluw
gemaakt, en het was de tijd dat luifels in steden in waren, en alle
winkels in het centrum hadden via de middenstandsvereniging
afgesproken luifels voor hun winkel te maken. De oude huizen
tegenover het station werden afgebroken voor een nieuwbouwkantoor
van de ABN. Bij Uithuizen, helemaal in het noorden van Groningen, nog
iets noordelijker dan Delfzijl zelf, was de Eemshaven verrezen, en
men was bezig met de bouw van een bananenterminal, omdat men veel
verwachtte (ten onrechte) van de overslag van bananen vanuit Latijns
Amerika. Er waren plannen voor een subtropisch zwemparadijs op de
plaats waar het zwembad stond, van een winkelboulevard à la
Scheveningen op de pier en een vakantiepark met bungalows langs de
dijk. Het experiment met de overdekte winkelstraat was, net als Hoog
Catherijne in zijn begintijd, op een mislukking uitgelopen. De huren
waren te hoog, winkelpanden bleven leeg, en de winkelpanden waar geen
winkel in zat werden geplaagd door vandalisme. Er waren panden waar
nooit een winkel in gezeten heeft. De bioscoop werd gesloten. Na 20
jaar kon de familie die de bioscoop runde het niet meer opbrengen. Er
kwam een snookerhal voor. Vroeger waren er drie bioscoopzalen
geweest. City 1 en 2 en 3. :) De laatste jaren was er nog maar 1 in
gebruik, die films altijd een paar maanden te laat had. De ironie wil
dat een filmclub uit Delfzijl het gat opvulde en 1 keer per maand de
schouwburg afhuurde om een film te vertonen uit het filmhuiscircuit.
Films die normaal nooit in Delfzijl te zien zouden zijn geweest.
De twee winkelstraten zullen in de tijd
een hoop veranderd zijn, maar voor mij zagen ze er altijd hetzelfde
uit. Toen video's in raakten verrees er een videotheek, er zit al
sinds mensenheugenis (M'chelheugenis in ieder geval) een Hema op
dezelfde plek, geflankeerd door een cafetaria en een bar, die wat
stoelen had buiten staan en een drogisterij. Heel Delfzijl zag er
voor mij hetzelfde uit, altijd. Er werden nieuwe dingen gebouwd,
kwamen andere winkels, maar het geheel veranderde zo langzaam dat het
leek alsof het altijd zo geweest was. Veranderingen werden opgenomen
in het beeld en verduisterden wat er geweest was. Ik werd groter in
die tijd, kreeg haar op mijn benen en ging jongens leuk vinden. Mijn
vader verruilde de bloemenboetiek voor zijn eigen winkel, een
tuincentrum, aan de doorgaande weg naar oost
Groningen.
De eerste jongen die ik leuk vond was van
mijn school. Ik was toen veertien of zo. Hij was groter dan ik (met
nog meer haar op zijn benen :) ) en was stoer en sterk. Hij copieerde
mijn huiswerk voor engels, en dat kwam uit, omdat hij dezelfde
taalfouten had gemaakt als ik. Maar ik was niet goed in vrienden
maken, en verder dan jongens die hallo zeggen als ze elkaar op straat
tegen komen kwamen we niet. Ik kreeg een erfelijk rugprobleem,
waardoor ik een corset moest dragen. Hoe symbolisch, met een corset
door een stad lopen die voelt als een corset. Alsof het je gevangen
houdt in je eigen leven en geen ontsnappingsmogelijkheden biedt voor
dat leven. Het corset knelde en hield mijn rug recht, terwijl ik die
gebogen wilde hebben, en met rechte rug liep ik door de stad heen,
met gebogen hoofd naar de grond starend.
Als ik al iets zou durven met een jongen,
was dat met het corset natuurlijk uitgesloten. Het zou dan wellicht
mijn rug verhinderen de deformatie door te maken die het wilde, mijn
tienersexleven heeft het zeker verhinderd. Ik voelde me als verloren
en liep door Delfzijl, dat langzaam de aanblik kreeg van een
spookstad om me heen. Als iets dat er altijd zou zijn, als ik op zou
kijken om het daadwerkelijk te zien. Meestal zag ik echter niets, en
was de stad niet meer als de omgeving van een snelweg waar je met 110
km per uur langszoeft. Pas nu er tweehonderd kilometer tussen mij en
Delfzijl zit kan ik er naar kijken, lijkt het.
De laatste keer dat ik in Delfzijl was was ongeveer een half jaar geleden. Er was niet veel veranderd. De winkels waren nog hetzelfde, de straten waren met andere stenen bestraat, in twee kleuren rood deze keer, maar leken niet dramatisch anders dan voorheen. Het subtropisch zwemparadijs is niet doorgegaan, er is slechts een gele gebogen glijbaan bij het zwembad gekomen. Vlak naast het zwembad is de eerste afgraving begonnen voor het bungalowpark, dat er echt schijnt te komen. Met een 12 holes golfbaan. De haven, die Delfzijl zijn leven gaf, is voor een gedeelte gedempt. Delfzijl.




